Wie mag er meedoen

Deze pagina is nog niet af; veel informatie ontbreekt nog.

Teams

1937

In 1937 zou Italië initieel niet meedoen aan de Tour, maar nadat besloten was dat Frankrijk, Italië, België en Duitsland een groter team van 10 renners mochten sturen, kwamen ze toch. Nederland, Luxemburg, Zwitserland en Spanje mochten met 6 renners starten. (bron).

1951

(bron)

1953

(bron)

1956

In 1956 verzond de Tour-directie uitnodigingen naar de wielerbonden van Zwitserland, Nederland, België, Italië, Spanje en Luxemburg. Luxemburg kon geen volledig team bij elkaar krijgen, en werd aangevuld met buitenlandse renners. (bron) De Franse bond koos een nationaal team en vijf regionale teams.

1960

Er waren eind 1959 plannen om alles om te gooien. De Ronde van Frankrijk zou voor merkploegen zijn, en maar eenmaal per twee jaar gereden worden. In het andere jaar zou er een Ronde van Europa komen voor nationale ploegen. (bron) Later werd officieel vastgelegd dat de Tour in 1960 vier dagen korter zou zijn, en dat de selectie voor het landenteam door de nationale federatie moest worden gemaakt. (bron) De formule van landenteams bleef ook behouden. (bron) De inkorting van de Tour was uiteindelijk maar met twee dagen. (bron)

1962

In 1962 werd overgestapt naar merkenteams. Wel moesten van de tien renners waaruit een ploeg bestond, minstens zeven dezelfde nationaliteit hebben, of maximaal uit twee landen komen. (bron)

1967

In 1967 waren er ideeën om de Tour de France en de Tour de l'Avenir samen te voegen. (bron) Uiteindelijk werden acht nationale teams uitgenodigd, en vijf extra nationale "amateur"-teams.

FICP-klassement

Vanaf 1989 werd het FICP-klassement gebruikt om te bepalen wie er mee mocht doen. De ASO had nog wel invloed d.m.v. wildcards die ze naar eigen inzicht mocht verdelen.

JaarFICP-klassementWildcards
1989184
1990166
1991165
1992166
1993146

1994

Na de vuelta werden 15 ploegen aangewezen, na de giro de rest.

1996

18 uit de eerste divisie, 4 wildcards

UCI-klassement

JaarUCI-klassementWildcards
1997164
1998166

2000

Beste 12 UCI-klasement

Team winnaar 1999

Alle overige Franse teams in de top 20 van UCI-klassement

3 wildcards

2001

Beste 10 UCI-klasement

Team winnaar 2000

Winnaars ploegenklassement Tour, Giro en Vuelta

4 wildcards

2002

Beste 16 UCI-klasement

5 wildcards

2003

Beste 14 UCI-klasement

8 wildcards (eerst 4, later nog 4)

2004

Beste 14 UCI-klasement

8 wildcards

2005

Alle 20 ProTour-teams werden in 2005 uitgenodigd, daarnaast 1 wildcard

2006

In 2006 werden alle 20 ProTour-teams uitgenodigd. Ze werden aangevuld met twee teams die een wildcard kregen. (bron) Een van deze twee teams, Comunidad Valenciana, werd later alsnog niet uitgenodigd. (bron) Een reden hiervoor was hun aandeel in Operación Puerto. De dag voor de Tour werden meerdere renners uitgesloten van deelname, wat tot gevolg had dat het Astana-Würth team niet genoeg renners had om te beginnen.

2007

Alle 18 ProTour-teams stonden in 2007 aan de start, aangevuld met drie teams die een wildcard hadden gekregen. (bron)

2008–nu: Buiten de UCI om.

2008

In 2008 koos de Tour-directie twintig teams uit. Zeventien teams zaten in de hoogste klasse van de UCI (alleen het ProTour team Astana was niet uitgenodigd) en drie in de tweede klasse, Professional Continental. (bron) Astana werd vanwege dopinggevallen in het verleden niet uitgenodigd, hoewel de statuten van de UCI verklaarden dat alle ProTour teams moesten worden uitgenodigd. Hierdoor stapte de Tour-directie (ASO) uit de UCI ProTour.

2009

Ook 2009 koos de Tour-directie zelf twintig teams uit. Zeventien teams zaten in de hoogste klasse van de UCI (alleen het ProTour team Fuji-Servetto was niet uitgenodigd) en drie in de tweede klasse, Professional Continental. (bron) Fuji-Servetto werd niet uitgenodigd vanwege dopinggevallen in de Tour van 2008.

Voor wie?

2010

16 teams volgens een oude afspraak, 6 wildcards